Wanneer is er sprake van een nieuwe gemeenteweg?
In vele aanvraagdossiers ontstaan er tussen de vergunningsaanvrager, de vergunningverlenende overheid en eventuele derde-belanghebbenden discussies over de kwalificatie van een nieuwe weg. Wanneer is er al dan niet sprake van een nieuwe gemeenteweg? Wanneer is er sprake van een private wegenis? In een recent arrest van 5 december 2024 boog de Raad voor Vergunningsbetwistingen zich over dit vraagstuk.
(zie https://www.dbrc.be/sites/default/files/2024-12/RVVB.A.2425.0265.pdf)
*****
Artikel 8 van het Gemeentewegendecreet bepaalt dat niemand een gemeenteweg kan aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad.
De goedkeuring van de gemeenteraad is dus cruciaal om het gemeentelijk wegennet überhaupt aan te passen.
Volgens artikel 12, §2 van het Gemeentewegendecreet kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing een gemeenteweg met toepassing van artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet worden opgenomen in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen.
Overeenkomstig artikel 32, §6, eerste lid van het Omgevingsvergunningsdecreet kan een vergunning voor aanvragen voor projecten met de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg pas worden verleend na goedkeuring ervan door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet.
De vraag of de in de vergunningsaanvraag voorziene nieuwe wegenis moet beschouwd worden als de aanleg van een gemeenteweg, dan wel een private weg, is een feitenkwestie die door de vergunningverlenende overheid moet worden beoordeeld aan de hand van de concrete gegevens van het dossier. Slechts als en voor zover de vergunningverlenende overheid van oordeel is dat er sprake is van een gemeenteweg, zal er een beslissing van de gemeenteraad nodig zijn. Uit het artikel 32, §6, tweede lid van het Omgevingsvergunningsdecreet volgt dan dat als de gemeenteraad daarover een ongunstige beslissing aflevert, de omgevingsvergunning moet geweigerd worden.
De eerste vraag die dus moet beantwoord worden door de vergunningverlenende overheid betreft de kwalificatie van de aangevraagde wegenis, met name of er sprake is van een ‘gemeenteweg’ in de zin van het Gemeentewegendecreet. De gemeenteraad heeft geen bevoegdheid om te oordelen over de kwalificatie van de aangevraagde wegenis. De gemeenteraad wordt immers pas gevat “als” vaststaat dat de aanvraag de aanleg van een gemeenteweg omvat.
Een ‘gemeenteweg’ is een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond (artikel 2, 6° van het Gemeentewegendecreet). Onder het ‘beheer van een gemeenteweg’ wordt begrepen: het onderhoud, de vrijwaring van de toegankelijkheid en de verbetering van een gemeenteweg, alsook de nodige maatregelen tot herwaardering van in onbruik geraakte gemeentewegen (artikel 2, 2° van het Gemeentewegendecreet).
Om te kunnen spreken van een gemeenteweg, moet er dus zijn voldaan aan 2 cumulatieve voorwaarden:
De aan te leggen weg moet een openbare weg zijn.
Onder “openbaar” gebruik dient volgens het Hof van Cassatie verstaan te worden: wegen die voor het publiek verkeer openstaan.
De aan te leggen weg moet onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente vallen.
Het eigenaarschap (private eigenaar of overheid als eigenaar) vormt daarbij geen beoordelingscriterium. Ook de (on)wenselijkheid van de creatie van een (private) weg, vormt volgens artikel 2, 6° Gemeentewegendecreet geen beoordelingscriterium.
Het komt in de eerste plaats aan de vergunningsaanvrager toe te bepalen of hij in zijn vergunningsaanvraag een publieke of private wegenis wenst te voorzien. Het komt vervolgens aan de vergunningverlenende overheid toe om dat te beoordelen aan de hand van de feitelijke gegevens van de aangevraagde wegenis. Wanneer er doorheen de vergunningsprocedure bezwaren en opmerkingen worden geformuleerd over de kwalificatie van een (gemeente)weg over een relevant en te beoordelen aspect, moet de vergunningverlenende overheid bijzondere aandacht hebben voor deze argumenten.