Een stalling voor weidedieren bij een zonevreemde woning: wat zijn de regels?
Artikel 4.4.8/2 van de VCRO maakt het mogelijk om in gebieden met een gebiedsaanduiding die tot de categorie `landbouw' behoren, één stal voor weidedieren op te richten die geen betrekking heeft op een effectief beroepslandbouwbedrijf, in zoverre er geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn. De stal moet volledig worden opgericht binnen een straal van vijftig meter van een hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning. Daarenboven heeft de stal een maximale kroonlijsthoogte van 3,5 meter en een maximale vloeroppervlakte van 120 vierkante meter per hectare graasland, met een absoluut maximum van 200 vierkante meter.
*****
Voormelde afwijkingsmogelijkheid kan worden toegepast wanneer aan de volgende toepassingsvoorwaarden is voldaan:
De stal kan enkel worden opgericht in agrarische gebieden;
Er mogen geen bestaande stallingsmogelijkheden zijn;
De stal mag geen betrekking hebben op een effectief beroepslandbouwbedrijf;
De stal moet volledig worden opgericht binnen een straal van vijftig meter van de eigen hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte residentiële woning of bedrijfswoning van de aanvrager;
Er moet voldoende graasland aanwezig zijn;
De kroonlijsthoogte en de vloeroppervlakte van de stal wordt beperkt.
Er kan slechts toepassing worden gemaakt van artikel 4.4.8, § 2 van de VCRO, op gemotiveerd verzoek van de vergunningsaanvrager. Het komt aldus aan de vergunningsaanvrager toe om aan te tonen dat aan de voornoemde toepassingsvoorwaarden is voldaan. De vergunningsaanvrager zal zijn aanvraagdossier in die zin dus moeten stofferen.
Belangrijk is nog het volgende:
Artikel 4.4.8/2 van de VCRO betreft een van de vele afwijkingsmogelijkheden die zijn ingeschreven in de VCRO om activiteiten toe te laten die strikt genomen niet in overeenstemming zijn met de geldende stedenbouwkundige voorschriften. Iedere afwijkingsmogelijkheid moet restrictief worden geïnterpreteerd en toegepast.
Het voldoen aan de voormelde voorwaarden doet geen recht op een vergunning ontstaan. Het gaat om een gunstregeling.
Iedere vergunningsaanvraag conform artikel 4.4.8/2 van de VCRO wordt getoetst aan de goede ruimtelijke ordening. Dit betreft een belangrijke toets, waarbij de vergunningverlenende overheid over een grote beoordelingsvrijheid beschikt.