Het Grondwettelijk Hof vernietigt de bevoegdheidsuitbreiding van de RvVb

In onze vorige nieuwsbrief gingen wij dieper in op de bevoegdheidsuitbreiding van de RvVb. De RvVb was sinds 31 december 2024 ook bevoegd voor beroepen tegen besluiten tot definitieve vaststelling van (1) ruimtelijke uitvoeringsplannen en (2) stedenbouwkundige verordeningen en (3) definitieve voorkeursbesluiten en projectbesluiten inzake complexe projecten.

Daar komt nu radicaal een einde aan door het vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof (GwH) dd. 13 februari 2025.

****

Met het arrest van 13 februari 2025, nr. 22/2025 vernietigt het GwH het decreet van 14 juli 2023 dat de bevoegdheden van de RvVb uitbreidt.

Het Hof stelt eerst vast dat de Grondwet aan de federale wetgever de bevoegdheid voorbehoudt om de samenstelling, de bevoegdheid en de werking van de Raad van State te bepalen, en om administratieve rechtscolleges op te richten en hun bevoegdheden en de procedureregels die van toepassing zijn voor die rechtscolleges te bepalen. Bijgevolg is de decreetgever niet bevoegd om bepalingen aan te nemen die beroepen invoeren die kunnen worden ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, dat een administratief rechtscollege is, en die beroepen onttrekt aan de bevoegdheid van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak.

Verder merkt het Hof op dat de decreetgever op grond van de impliciete bevoegdheden een decreet mag aannemen dat een federale aangelegenheid regelt op voorwaarde dat die bepaling noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn bevoegdheden, dat die aangelegenheid zich leent tot een gedifferentieerde regeling en dat de weerslag van dat decreet op de federale aangelegenheid slechts marginaal is. Volgens het Hof voldoet het Vlaamse decreet van 14 juli 2023 evenwel niet aan de voorwaarde betreffende de marginale weerslag op de federale bevoegdheden.

Belangrijk:

Aangezien de bevoegdheidsuitbreiding reeds in werking was getreden op 31 december 2024, en de RvVb bevoegd was voor besluiten genomen op of na 31 december 2024, wordt er een nieuwe termijn van 60 dagen voorzien voor de indiening van een beroep, ditmaal (terug) bij de Raad van State.


 

Vorige
Vorige

De RvVb kan zelf overgaan tot het weigeren van een vergunning

Volgende
Volgende

De RvVb beschikt sinds 31 december 2024 over meer bevoegdheden